vrijdag, december 19, 2008

Zo,
Ik was hier een tijdje niet. Waarschijnlijk blijft dat nog even zo.
Dit betekent niet, dat ik niets meer publiceer.


Tot essay geordende gedachten verschijnen geregeld
hier in het engels.

Nieuwsberichten, ook in het engels,
hier.

Dan nog verstopt in het bronsgroen deel van het wereld wijd web:
Tot ziens

zaterdag, juni 14, 2008

Natuurlijk kijk ik voetbal, zoals gisteren springend op de bank op anderhalve meter afstand van een gigantisch scherm in een wijnwinkel in Wedding, waar de kachel brandde. Dit alles na een optreden van een uur lang als begeleidingsmuziek van twee videofilmen over buitenaardse buurtbewoners. Ach, het leven van alledag zeg maar. Wie de eerste dagen van de zomer in Berlijn is moet beslist naar Madame Claude in Kreuzberg komen, al dan niet met een witte anjer in het knoopsgat.


zondag, mei 11, 2008

Mijn grote vriend Jeff Surak uit Bethesda, een dorp dat middels een zeer lange straat met Washington DC is verbonden, en waar iedere boom een deel is van het grote bomenmonument voor de eerste pioniers, stuurde me een link naar deze video.




Jeff is een zoon van witrussische ouders, die naar de VS emigreerden in een tijd dat Bialorus nog gewoon een deel van de CCCP was. Ik verzuim hem steeds te vragen waarom zijn ouders überhaupt het land konden verlaten. Ik ontmoette hem voor het eerst in de maand augustus van het jaar 2001. Sedertdien zijn we broeders in klank. Veel van zijn publicaties, veelal onder de naam Violet, vind je op zeromoon.

zondag, mei 04, 2008

Op een van de eerste zonnige dagen van dit jaar was ik te gast in Regensburg bij de kunstverein graz. Jammer dat een luchtfoto van hun lokaal temidden van een immens rangeerterrein niet op hun website is terug te vinden. Wat vaak een volgespoten jeugdhonk of oliebesmeerd motorduiveloord wordt, is door deze vereniging jarenlang als vermomd theater gebruikt waar cultureel politieke kunst, lezingen en optredens werden verzorgd.De dag na mij was er nog een voordracht over een vroegtwintigste eeuwse termitensamenlevingspecialist en toen was het gedaan. De vereniging leeft van de contributie en ideeën van haar leden. Ieder lid kan een voorstel indienen en geld krijgen om zijn programma uit te voeren. Mogelijk vinden ze in een voormalig slachthuis een nieuw onderkomen.

Na de ervaringen in het anarchistische altijd arme Berlijn, en de ontmoetingen in de andere delen van ongesubsidieerd Europa, was dit Regenburger Intermezzo een niet alleen verrassende maar ook comfortabele afwisseling.

Albert Plank, mijn gastheer, was in de fijne kunsten van de field recordings ingewijd dankzij een bezoek aan Berlijn in Augustus 2007. Toen woedde mijn das kleine field recordings festival ieder weekend. Dit inspireerde hem niet alleen om ook deze kunstvorm te adopteren, maar ook om een klein festival te organiseren.
De dag erna toonde hij me de stad. De mooiste stad in Beieren was me al verzekerd. Geen enkele bom die het centrum had verwoest, zodat het gebouw waar het door Goethe om zijn zieke hoeren beschimpte bordeel gevestigd was, nog aan het eind van Alberts wijsvinger hing. Goed bier in de oudste brouwerij van de stad, overal kromme straten en kleurige huizen, maar alles zeer gepoetst en schoon, en op de een of andere manier vertrouwd, omdat Walt Disney de herinnering aan deze stedenarchitectuur uit Midden Europa mee had genomen toen hij naar Hollywood emigreerde.

Door de afgrondige verdeling van Europa in de eerste veertig jaren na de WO2, was Nederbeieren een uithoek. Je ging er heen omdat je er zijn moest. En zoals in het niemandsland tussen Oost en West een heel eigen flora en fauna is ontstaan, is er in die jaren ook een autokratische kunstgemeenschap gegroeid, die in feite zonder invloeden van buitenaf uitkomt. Een aantal van hen zijn via Second Life in het voorparadijselijk hiernamaals terecht gekomen. Ik weet niet of dat uit heimwee naar oud isolatoire tijden is gebeurd. Feit is dat Albert buiten de stad woont, in een gebied dat hij vroeger slechts in een richting kon verlaten. Nu is het ineens een van de Euregionale middelpunten. Je rijdt in een middag naar Praag.

Voilà, 100 seconden van mijn optreden. Te horen zijn opnames die ik gemaakt heb in de onmiddellijke omgeving van het Olympisch Stadion in Berlijn, toen Duitsland tegen Argentina speelde tijdens het WK 2006.

Meer Regensburger impressies zijn in een eerdere bijdrage te vinden. Gewoon naar onder scrollen.

dinsdag, april 22, 2008

"Toegegeven, gemakzucht dient ook de klankkunstenaar. Een beetje onnodig temidden van al het experiment is de drum 'n bass van Ex-Zero, platgetreden de noisebijdrage van de Japanner Aube en botweg flauw de audio-art van Rinus van Alebeek en Thuth's, ofwel Ray Moon's gestoei met samples. Anderzijds is Wilhem van Trippenhofen kolderiek. Over een vertroebelde hoempa roept hij een paar keer met een lekker rollende r 'hoerrr'!" - Harry Prenger.

De eerste die ik belde was Peter, grote vriend en toeverlaat. Ik begroette hem met de vraag, hoe dicht hij bij het woordenboek stond. Zijn tegenvraag hoe dicht ik bij hem stond, was op een prettige manier verwarrend. Heel even had ik de illusie in een telefooncel in regenachtig Amsterdam te staan. We spraken een kwartier lang over de juiste toepassing van het woord "botweg."
"Botweg", gebruikt als bijwoord van flauw bleek in relatie tot de eerste persoon enkelvoud (in het verdere verloop van deze tekst Harry genoemd) grammaticaal onjuist. Botweg had een andere persoon dan Harry nodig. Het kon echter zijn, dat ik die andere was. Door mijn bijdrage "botweg flauw" te noemen, wist Harry dat het mijn opzet was geweest een stuk te componeren, waarvan de inhoud "botweg flauw" zou zijn.
Daar moest ik over nadenken. Misschien was dat wel zo. Maar als het zo was, dan wel op zo'n manier dat het op het randje zou zijn, en dat na beluistering het evenwicht zich weer naar de hilarische sector zou verplaatsen. Volgens dit principe kwam de slappe lach tot stand. Als Harry dit had bedoeld, dan zou zijn oordeel moeten zijn dat mijn poging om een botweg flauw stuk te maken was mislukt. Maar misschien vergiste Harry zich, toen hij "botweg" schreef en vond hij "Teisha in Delhi, " mijn bijdrage aan de audioscoop lp, gewoonweg flauw. Geen probleem.

Effe Harry goegelen. Harry schrijft veel, is volgens de informatie in zijn volkskrantblog 45 jaar oud, en wordt door zijn redacteur Theo Ploeg bewierookt. Harry polemiseert ook graag. Hij weet veel over Bob Dylan, en kijkt naar Matthijs van Nieuwkerk op televisie. Aan Matthijs ergert hij zich dermate dat hij hem in zijn blog tot de orde roept. Goed. Harrie Prenger heeft het niet tot een lemma in de wikipedia gebracht. De beoogde bijdrage werd door een wikipediator genomineerd om verwijderd te worden. Wikipedia als Big Brother huis. Harry's bijdrage was te wervend, zo schreef de nomineur. Harry's bijdrage was geschreven door Dylan van Vliet. Dat is een nogal doorzichtige schuilnaam voor iemand die al jarenlang opstellen schrijft over muziek.

Terug naar het stukkie waarin mijn audio-art "botweg flauw" en "en Thuth, ofwel Ray Moon's gestoei met samples" werd genoemd. Vooral die toevoegende kwalificatie vond ik nogal ondoorgrondelijk. En passant betichtte schrijver Harry (spreek uit 'sgrijfer', plaats daarbij je voortanden op de onderlip en laat veel speeksel langs je mondhoeken lopen) anderen "ook" van gemakzucht. Hoelahoep! Als je Harry's bagger las dan duizelde het je niet alleen van al de cliché's en uitgelebberde beschrijvingen, maar werd je ook nog eens tureluurs van de idiote zinsbouw. Wat een gedoe. Neem nu dat "ook." Naar wie verwijst het? Ja, naar de mens hoor ik iemand in het publiek mompelen. Fout. Het gemak dient de mens. En met het gemak wordt de plee bedoeld. Kan zucht = verslaving dienen? Het is nogal slordig dat op te sgrijfen, en gemakzuchtig om het dan ook nog eens te laten staan.

Heerschap Harry wordt niet alleen geprezen, nee, hij mag in allerhande online muziekbladen zijn onzin opsgrijfen en kon zo tot muziekayatollah uitgroeien, omdat al die gisse collega's van mij, in hun hunkering naar erkenning, iedere aanprijzing, hoe gering ook, op hun website plaatsen. Ook de Stichting Intro vindt het nodig zich te blameren door de recensie van Harry te verlinken. Hadden ze hem goddorie maar verlinkt.
Nu kan Harry's mening me gestolen worden (maar wie wil zich nou die mening onrechtmatig toe eigenen; Dylan van Vliet, misschien), maar wat me niet onberoerd laat, is dat die mening door de context een meerwaarde krijgt. Het net is vol met recenserende hobbyisten, aan wie ontgaat dat de kwaliteit van hun stukjes onthutsend ver achterblijft bij wat er door mijn collega's wordt geproduceerd.
Maar, zoals gezegd, uit misplaatste loyaliteit volhardt men erin die hetzij goedbedoelende, hetzij van eigenwaan barstende, zondagsschrijvers cdtjes en lp's ter bespreking toe te sturen.

Harry sgrijft in de Trompetter, in Bla en Burp en ook in Ploegs Cut-up, (maar niet in de cultuurbijlage van de Limburger, tyufghjkvbn*) dus dan zal het allemaal wel kloppen wat hij zegt, zeker als alle doe-het-zelvers in hem zichzelf bewieroken. Het moet zeer frustrerend zijn je dagen te slijten als gemankeerd journalist. Dan breken er onvermijdelijk dagen aan, dat Orwell's waarheid "kan niet schrijven, kan niet denken" heel erg ongemakkelijk wordt. Tja, en dan krijg je om half acht voor de televisie een cholerische aanval en sgrijf je een boze brief aan Matthijs. Nou moe, zal die daarvan ondersteboven zijn.

Maar laat mij u mee op reis nemen. Dat is veel leuker dan in Heerlen tussen de rook van je eigen scheten op de bank voor de televisie te verpieteren. Harry, jongen, houd nu even je smoel.

Het tweede telefoongesprek had ik graag met John LeCarré gevoerd. Harry Prenger is de perfecte naam voor de protagonist van een boek van LeCarré. Een ietwat morsige vrijgezel die zijn dagen slijt op een eiland in de Caraïben, geen vlieg kwaad doet, om twaalf uur al dronken is. Wacht. De flaptekst: Harry Prenger was aan het begin van de jaren negentig een gezichtsloze held. Zijn werk bij de Britse geheime dienst werd nauwelijks opgemerkt. Dan wordt Harry op een dag het slachtoffer van zijn eigen goedigheid. Een Russische oliemagnaat beloont hem met een all-in-vakantie als hij 1.000.000 dollar zwart geld het land uitsmokkelt. Prenger zweert dat hij onschuldig is en spreekt van een complot. Hij wordt ontslagen en ontvangt een klein pensioen.
Voormalig agent Harry Prenger vestigt zich op Grenada en zint jarenlang op wraak. En dan begint op een dag een brief met belastende feiten over de Engelse consul op het eiland te circuleren. Alles wijst erop dat die brief afkomstig is van een zekere Dylan van Vliet. Harry ziet zijn kans schoon...

Het derde telefoongesprek voerde ik met mijn moeder. De straat waarin ik ben geboren en opgroeide is iets langer dan een voetbalveld, maar natuurlijk niet zo breed. In de jaren vijftig een modelwijk, heet Meezenbroek nu een achterstandswijk te zijn. De Paulus Potterstraat heeft twee delen, een ervan stijgt heel licht. Bij de knik wordt hij gekruist door de Ferdinand Bol straat. De Ferdinandbol was de psychologische grens. Aan de andere kant daarvan had ik geen vriendjes. Woonde daar niet een Pranger, wilde ik weten van mijn moeder. De oude heer woonde daar nog steeds, de moeder was gestorven. Harry Pranger heette de zoon. Deze Harry is van mijn leeftijd, net over de vijftig. Hij woonde in de Mesdagstraat en, altijd plezierig om te horen, groette mijn moeder iedere keer als hij haar tegenkwam. Kijk, dat is nu eens een Harry naar mijn hart.

Prenger en ik schrijven voor het zelfde Heerlense online periodiek, de Afgrond. Uit die hoek hoorde ik dat Harry Prenger mij kende als Rini uit de Paulus Potterstraat. Tot aan mijn puistenjaren werd ik Rini genoemd. Brabantse vader geeft zoon Brabantse naam: Rini van Bracht, Rini van Loon, Rini Wagtmans, Rini Allebeek, Rini Lopez. Mijn eerste psychologische grensoverschrijdende stappen bewerkten ook een kleine naamsverandering. Rini heet nu Rinus. Ik dacht, Pranger heet nu wellicht Prenger, want dat is Pranger op zijn engels. Prenger kon evenwel ook een bestaande naam zijn.
Mijn moeder zocht en vond een Heerlense Prenger in het telefoonboek. Prenger W. woonde in de Molenwei, een flat voor ouden van dagen.

Nah, ik zal er nog wel achter komen. Bij de presentatie van de Audioscoop lp in Maastricht heeft geen Harry zich aan mij voorgesteld, even aangestoten, of goedendag gezegd. Misschien was hij er niet. En als hij er wel was, is hem op die avond duidelijk geworden dat hij geen fan van me is. Prima zo.

* noot:
hier sloeg ik met mijn voorhoofd nogal onzacht op het toetsenbord en moest daarvan even bijkomen.
Download the original attachment


In de 85ste minuut ging de knop om. Rechtsboven in het scherm viel me ogenblikkelijk de stand op: 1-0 voor Getafe. Ze speelden thuis. Ik meende me te herinneren dat de eerste wedstrijd in een gelijk spel was geeindigd, maar hoe gelijk wist ik niet. Waarom had ik die wedstrijd gemist? Was die de vorige week gespeeld of de week daarvoor? Kerstmis stond alweer bijna voor de deur. Op alle Europese velden, voor zover ze dankzij de samenvattingen in beeld kwamen, was het al herfst.

De eerste drie maanden van het jaar waren als in een zucht voorbij gegaan. Bij die aandurende kou, bracht je de tijd meest wachtend door. De dagen regen zich aaneen. Toch was ik in dit jaar in Regensburg geweest en ook in Wenen, en in beide steden had ik stralend zonnige dagen meegemaakt. Regensburg, bijvoorbeeld, was een stad uit een prentenboek dat na vijftig jaar ineens in je bezit belandde. Het papier rook naar oude kast, de opdracht voor de twaalfde verjaardag was met pen en inkt en in een geoefend handschrift op de titelpagina geschreven, op de foto’s stonden de velden in bloei en lachten de jonge vrouwen. Oorlog? Welke oorlog?

Regensburg lag aan de Donau. Vermeldens- en tevens ansichtwaardig was de stenen brug. Daarover flaneerden de inwoners op zijn zondags. Zodra ze van de overzijde weer waren terug gekeerd, al dan niet rozig van het goede bier dat ze op een van de terrassen hadden gedronken, kwamen ze in een dikke rookwalm terecht. Vlak naast de brug was een klein restaurant waar gegrilde worsten werden verkocht. Ik voelde me net niet tourist genoeg om in de schaduw aan een tafel te gaan zitten met een halve liter bier en een halve meter worst.

Bij terugkomst in Wuppertal zag ik op de televisie hoe een orkaan na mijn vertrek over het Zuidduitse land was getrokken en zelfs Wenen had bereikt. Alles was omver gewaaid. Ik zat warm en droog. En wachtte op het bericht dat ik de nieuwe woning kon betrekken. 

Maar O ouderdom, waar was ik in de eerste helft van de maand februari? Ook in de tussentijdse ondergehuurde meisjeswoning aan de Donaustraat in Berlijn? Of in Parijs wellicht? Amsterdam; Dat is waar. In Amsterdam was ik twee keer. De eerste keer om deze computer op te halen, een mactoppowerbook met een Frans handschrift. Dat bezoek was mooi. Ik vond Peter in de restauratie van het innerarchitectonisch verwoeste Centraal Station in de eermalige wachtkamer waarvan wanden, vensters en plafond herinnerden aan het verdwenen pluche van de wagons. Dat pluche had allang plaats gemaakt voor reiscomfort, en dat zat net zo ongemakkelijk als het woord klonk. Nu Peter op een aantal haren en jaren na bijna burgermeester van Amsterdam was, was hij eindelijk van de gesel der armoede verlost: een grote opluchting voor hem, een mooie vanzelfsprekendheid voor zijn dochters en een dronkenmakende werkelijkheid voor mij. Bij regen en ontij is iedere Amsterdamse bruine kroeg de juiste. Deze was op de Nieuwmarkt, zo eentje waar je na een paar bieren en oude jenevers vergat waar je je nu precies bevond. Het had net zo goed de kop van de Zeedijk kunnen zijn. De plek riekte naar vroeger, naar de dagen die ter zijde van de wereldgeschiedenis werden doorgebracht. Toen bogen de huizen naar ons en betraden we de stad iedere dag door een nieuwe poort. Dit korte bezoek had niets met snotterige nostalgie van doen. Eigenlijk moest ik hier niet zijn. We zaten helemaal onze leeftijd in de laatste dagen van de winter van 2008 in een café en spraken honderduit.  

Het satdion van Getafe deed me aan de Meer denken. De tribunes hadden twee ringen. Dat hadden ze toentertijd ook kunnen doen. Een jaar Olympisch stadion hadden we best doorstaan. Maar nee hoor, de kleine club die eigenlijk een topclub was, veranderde in een topclub die eigenlijk een kleine club was. In de Meer zou Ajax nooit en te nimmer door zijn eigen mythe zijn ingehaald. Ollie Kahn zei na de wedstrijd dat je (voetballers spreken per definitie in 2e pers. o.t.t.) de dag ervoor Schalke voor honderdduizend toeschouwers ziet spelen, en dat je hier voor vijftienduizend speelt. “Dan kun je alleen nog maar verliezen.” Precies die wet gold in de Meer. En die wedstrijd van Schalke in Barcelona was oervervelend. 

Ik was ook nog in Linz. Daar sneeuwde het, en zag ik op een middernachtelijk uur - achter me de kerk onder de verse sneeuw - de plek met het uitzicht over de stad; de stad was met een dikke nevel toegedekt. En ik was nog in Maastricht. Daar scheen de zon, liep ik zelfs…liep, verdomd, ik zeulde met een tas die mijn knieën kapot maakte, zo zwaar was die, zeulde ik door steegjes die ik nooit had gezien. En dan ben ik toch vaak genoeg in de provinciehoofdstad geweest. In de trein terug naar Heerlen maakte ik kennis met het fenomeen ‘privatisering.’ In Valkenburg bleef de trein een half uur staan, wegens werkzaamheden, zo luidde het abstracte excuus. 

Laudrup! Zat die daar! Wat leuk voor hem. Sprak natuurlijk vloeiend spaans. Ach ja, die Denen. Wat zweemde men toen van de Denen. Vrijbuiters, drinkebroers, harde werkers, intelligent, taalvaardig, technisch en tactisch sterk, en allemaal blond. Zo typisch, dat ze met hun elftal dat van de camping terug werd geroepen Europees kampioen werden. De volkerenkundige ondertoon bezorgde je bijna een kater. Door de Denen te prijzen, prees men de Nederlandse volksaard.

Michael ging ooit als wonderkind naar Juventus en werd in een slepende beweging door naar Napels vervoerd. Toen de andere Michael, Michel, zijn eigen bijdehandheid moe was, en het voetbal verveeld de rug toekeerde (en hierin volhard tot op de dag van vandaag), mocht Michael het proberen. Turijn. Geen stad voor een Deen. Veel te voornaam. JC was toen nog de Verlosser, ook voor Laudrup. Hij haalde hem naar Spanje, naar Barcelona, een havenstad waar het in sommige straten nog ruig aan toegaat. In Turijn zal nooit een varkenskop op het veld worden gegooid.

In het spel van Levante was inderdaad te zien waar Laudrup zijn lesgeld had betaald. Slim, heel slim. Altijd op tijd inhouden, een moeilijke keuze als het makkelijk kan, maar die na uitvoering toch simpel en logisch blijkt. Versnellingen en dribbles op een punt waar je een pass terug verwacht.

Het spel van Laudrup bij Barcelona was vooral legendarisch in de eerste meters, zijn plotselinge versnelling. Daarna werd hij onzichtbaar. Heel vreemd. Ik zou niet weten bij welke clubs hij overal gespeeld had. De vereniging waar hij zijn hele voetballeven lang had moeten spelen, was deze avond zijn tegenstander. Drie minuten voor tijd vroeg Laudrup zich af waar hij dit wonder aan te danken had, schoot van alles door hem heen, behalve hoe hij zijn elftal veilig naar het laatste fluitsignaal moest coachen. Wonder? Welk wonder? Ribbery had nog een knuppel in zijn zak. En Luca Toni ook. Maar die Italiaanse knuppel was hard van gekrenkte trots. Zes minuten voor extratijd had Laudrup’s luide lach over het veld geklonken.  

Michael Laudrup had natuurlijk nooit kunnen bevroeden, dat een paar dagen na zijn verloren wedstrijd het stamcellenprobleem in het Duitse parlement werd opgelost. Sport en politiek werden uitsluitend ten overstaan van microfoons, uitgestoken mobieltelefonen, digitale recorders en camera’s altijd strikt gescheiden. De eerste meters van Laudrup en een cruciale vraag uit dat debat waren op een bovennatuurlijke wijze met elkaar verbonden. De demarrage uit stilstand, was dat voetbal? Of begon het voetbal pas zodra een volgende tegenstander naar Laudrup’s benen schopte, begon te trekken, hem ten val bracht, of dwong de bal af te geven? De vraag die werd gesteld sedert de ethisering van de abortus kwam iedere keer weer op het zelfde neer. Wanneer begon het leven? Was dat nadat Laudrup in de mêlee van spelers verdween, of op het moment dat hij een fractie van een seconde in zich zelf verdween, terwijl de bal aan zijn voeten lag? Was ik, vanaf het moment dat mijn vaders boodschapper in het huis van mijn moeder werd opgenomen, een acht weken durend niets, een anti-niets, een doodse leegte in het universum, een gezwel? Was ik in die periode levend noch dood? Een wedstrijd duurde negentig minuten, sommige levens duurden negentig jaar. Dat eeuwigheidsdeel van een seconde dat Michael in zich zelf verzonken op het precieze moment van zijn demarrage wachtte en de demarrage zelf, waren die te vergelijken met de periode van acht weken, waarin de levenscyclus even werd onderbroken, omdat de politiek een marge nodig had? Dan bleef eigenlijk ook nog de vraag open of het voetbal al in de spelerstunnel begon, of in de kleedkamer, of wellicht nooit, omdat het ook nooit ophield. Bij Getafe stonden ze de volgende dag ook weer op het trainingsveld. En er bestond een grote kans dat in de Madrileense voorstad voor een vrouw de dag precies weer zo begon als alle andere dagen daarvoor. 

woensdag, oktober 10, 2007

Een nieuw kort verhaal
over mijn bezoek
aan Breda
staat in
de Afgrond.

maandag, oktober 08, 2007

picture by Ninah Pixie

Wanneer was het? De vorige maand alweer? Toen was er bezoek uit California, niet speciaal voor mij, maar we waren wel blij elkaar te ontmoeten na hevig internetverkeer. Ninah Pixie en haar grote man dAS waren speciaal overgevlogen om hier hun teepartymijmermuziek te spelen.

Ze wonen in een klein huisje met uitzicht op San Francisco en de baai. Daar is het altijd zomer. En me dunkt dat de lucht vol is van zachte strelingen. Nee, dan Berlijn in de herfst. Het regent gouden bladeren terwijl ik door de straten fiets.

Op de foto draag ik de hoed van Ninah, een geschenk dat een plaats in mijn huiskamer heeft gekregen en als piedestal voor mijn sleutels en mobieltelefoon dient. Die ik inderdaad niet meer kwijt raak. Naast mij is Debotschka S. Conundrums Erika, een Turijnse uit London. Te zamen met haar vriendin spelen ze een soort Harry Potter weigert eindelijk om noch langer in die stomme reeks verhalen te figureren muziek. Erika kan heerlijk lijzig spreken, alsof de woorden een soort zoete spek zijn en zo langegerekt mogelijk de mond verlaten, anders mis je iets van de smaak.

Ook die woorden zijn op de foto te zien.